donderdag 7 januari 2010

David en ik


vrijdag 3 april 2009

zaterdag 14 maart 2009

Komdichter verhuist naar Wordpress

Voortaan kan (moet!) je me volgen op

http://komdichter.wordpress.com

niet eens een nieuwe naam, maar waw, wat'n mogelijkheden!

maandag 9 maart 2009

Trip naar Watou

Gisterenochtend met mijn vader naar Watou gereden. Rijden van de regen naar de zon, deden we. Toen we er aankwamen, was net de zondagsmis uit. Een grote groep parochianen verliet de kerk en trok schijnbaar op weg naar café 't Oud Gemeentehuis. Idyllisch vond ik dat.
Gwij Mandelinck wisten we niet meteen wonen, maar we moesten het maar aan de mensen vragen en iedereen wees eensgezind dezelfde richting op: 'Gwij! Gwij! Daar om de hoek!'
Ook dat vond ik idyllisch.

De vrouw des huizes opende de deur. Een beetje verward was ze toen ik om 'de spiegel' vroeg. 'De spiegel van Sylvie Marie die op de vorige poëziezomer hing', verduidelijkte ik. 'Oh, natuurlijk!' riep ze uit en ze vergezelde me naar het gemeentehuis. Vader, die met zijn vrachtwagen wat moeite had moeten doen om voor het dichtershuis te parkeren, moest zijn kar keren en terugrijden naar het gemeentehuis. Daar troffen we de spiegel aan. Hij stond tegen die van Ruth Lasters aangeleund.

En dan, terwijl we aan het sjouwen waren, kwam ook de man zelf een kijkje nemen. Enthousiast was hij, vrolijk. Een warme handdruk. En dan maar praten over 'Zonder'. Hij kreeg er meteen een exemplaar van. Uit dank.

Er kon nog koffie worden gedronken bij hem thuis, zei hij. 'Dat kan niet', zei ik. Prins had volk uitgenodigd en die moesten die middag eten krijgen. Bovendien hadden ook zij hun werk te doen. Vandaag, op dit eigenste moment terwijl de spiegel veilig bij mij in Gent staat, staan immers de verhuiswagens klaar voor het huis in Watou. Gwij verhuist. De man die Watou op de kaart zette, trekt na dertig jaar de deur van het huis in het kunstdorp voorgoed achter zich dicht. Een hele stap, meer nog: 'een hels karwei, een angstaanjagende deadline', aldus de vrouw.

Ik wed dat ook sommige inwoners van Watou een kleine aardbeving zullen voelen als volgeladen trucks met boeken, gedichten en huisraad over het Watouplein zullen denderen richting Aartrijke. Hun vingers zullen even niet meer weten in welke richting te wijzen.

vrijdag 6 maart 2009

Gedicht van de dag

Enkele dagen geleden heeft de poëzieminnende boekhandel 'De nieuwe Boekerij' uit Zeist een gedicht van mij uit 'Zonder' als 'gedicht van de dag' gekozen. Je kan het hier lezen.

Voorts wil ik bij de gelegenheid van dit blogbericht kwijt dat wat Kraai en Collectief Balein gisteren deden op Tais-Toi, Soiree Belle deden, bewonderenswaardig creatief was.

woensdag 4 maart 2009

Klara

Luister vandaag tussen vijf en zeven naar Klara. Bart Stouten leest er in zijn programma 'De Tuin Van Eden' een gedicht voor uit mijn bundel.

dinsdag 3 maart 2009

Departuur: een avond vol literatuur én prijzen

Gisterenavond naar Departuur geweest, een, zoals de website het zelf omschrijft, literair-muzikale benefietavond tvv Oikonde'. Het was een mooie affiche.
Bezoekers konden doorheen het gebouw literaire wandelingen afleggen en zo dichters en schrijvers beluisteren. Prins en ik schreven ons eigen programma uit en gingen achtereenvolgens luisteren naar:

Peter Theunynck: vertelde ons het boeiende verhaal van de totstandkoming van zijn eerste bundel. Die bleek meteen een heel concept in zich te dragen en had maar liefst vijf jaar gerijpt voor het de drukpers zag. Het was het meest levendige en enthousiaste optreden van de avond.

Mark Reugebrink: las een stukje voor uit zijn roman 'Het grote uitstel'. Ik had de man al eerder gehoord op de radio en in interviews, maar wist niet dat hij zo'n begenadigd voorlezer was. Ik twijfel nu al langer of ik het boek zou kopen. Misschien wel.

Bernard Dewulf: las drie kortverhalen voor die vooral zijn twee kinderen een hoofdrol gaven. Vertederend en eenvoudig. Zo kennen we Dewulf.

Maarten Inghels: was heel rustig voor zijn doen. Misschien vanwege de griep waardoor hij zei geplaagd te zijn. Toch was dat niet meteen een nadeel. Kalm en relaxed op de stoel voorlezen met een bundeltje op de schoot, kan ook heel wat uitstralen.

Na een muzikale pauze zagen we nog Carl De Strycker: Dat optreden bekoorde ons het minst. Niet vanwege de warme turbinezaal waarin de man moest optreden. Wel vanwege zijn nogal vlakke manier van voordragen. Ook jammer dat De Strycker zes jaar na zijn debuut slechts vier of vijf nieuwe gedichten brengt en voor de rest bijna het hele bundeltje 'Bladstad' op het publiek uitstrooit.

Na al dit was er nog een kleine prijsuitreiking van de literaire wedstrijd die Departuur ook op poten had gezet. De wedstrijdjury bestond uit Yves T'Sjoen, prof. in de Nederlandse Literatuur, Koenraad Verboven, prof. in de Klassieke Geschiedenis en Matthias Van de Velde, winnaar Departuur schrijfwedstrijd 2008. De winnaars?

Voor poëzie: Rik Dereeper (eerste plaats), Theo Slachmuylders en ikzelf.
Voor proza: Sarah Dierckens.

De winnaars verschijnen met hun gedichten of verhaal in Met Andere Zinnen.

vrijdag 27 februari 2009

De Humorecensie


Sylvie Marie - Zonder
Door (dc), 26/02/2009 - 08u15

Sylvie Marie (Tielt, 1984) is een ervaren debutante. Haar gedichten verschenen al in tijdschriften als Het Liegend Konijn, kaapten her en der prijzen weg, en op YouTube kun je haar in een boksring al dichtend een argeloos publiek knock-out zien slaan - een beetje à la Ali: vinnig als een vlinder, venijnig als een bij. Nee, de happy few die Marie kenden zal het weinig verbazen dat haar debuut 'Zonder' (Vrijdag/Podium) een voldragen boreling is, bol van belofte.

Ze begint zo: 'die morgen tref ik woorden aan tussen de lakens, / ze prikken als stukjes spiegel waarin een schim / weerkaatst.' 't Is die schim die Marie haast vijftig kantjes lang naar het papier drijft. 'Zonder' gaat over wat je níét ziet. Over de paradox dat net de essentie van de dingen vaak zoek is, of aan scherven gevallen.

De eerste afdeling, 'wij, helden (zonder moed)', pookt onomwonden in de wonde. Hoe begerig minnaars elkaar ook openknopen, de totale inlijving blijft uit - 'daarvoor blijven we altijd te veilig'. De ontrafeling van de liefde, de lenige en de lastige, vervolgt in 'uitersten (zonder schaamte)'. Nu eens duiken zij en hij bij dauw onder een laken, 'bijna alsof / we sneeuw zijn, de zon / ons niet mag vinden'. Dan weer zitten ze elk koppig in een andere hoek, 'lange / uren die we beter, alles bij elkaar genomen, / je jas, je koffers, je foto op de schouw / en je knuffelbeer die je sinds je geboorte / ondanks je leeftijd en mij niet kon missen, / anders hadden besteed.'

Het hart van 'Zonder' is 'moedermomenten (zonder moeder)', een weergaloze cyclus over een ongeneeslijk zieke vrouw ('al jaren draag je een ei in'), de onbewogen spil van een verweesd gezin. Hoe de kinderen ook naar haar aandacht vissen, ze hapt niet toe. En al wijst Marie niet gratuit met de vinger ('misschien / zijn we te veel steen voor je'), de impact zindert na: 'hoe je je hebt vastgeklonken in ons / vlees met je hakenhanden, je hangt / er al jaren en wij scheuren langzaam / bloedend open.' Eigenlijk doe je zo'n cyclus pas recht als je 'm helemáál overschrijft.

Oog voor het onooglijke zet deel vier, 'redeneringen (zonder nadenken)', onder stoom, samen met Maries onstilbare honger om alles in vraag te stellen, tot haar overgevoelige en hyperbewuste poëtenleven toe: 'wie heeft me zo gemaakt?' De elf 'personages (zonder paspoort)' in deel vijf, misschien? Of ze nu een kind portretteert, een vader, een prinses of een gelovige, steeds bereiken ongekunstelde taal, sterke beelden en bakken empathie maximaal effect. Ze eindigt zo, als rivieravonturier: 'ik liet me / meevoeren en strandde ergens / tot ze me terugvonden.'

'Zonder' ademt het heilige moeten uit alle letters, maar Sylvie Marie weet dat alleen passie nog geen goeie poëzie schept - dat je afstand nodig hebt, wil een ander zich in je stem herkennen. Groot talent kan het mysterie verwoorden zonder het te vermoorden. Sylvie Marie is een groot talent.

woensdag 25 februari 2009

Vandaag niet alleen in De Morgen

In De Morgen poogt Paul Demets vandaag maar liefst vijf poëziedebuten in één keer te bespreken. Tom Van de Voorde, ikzelf, Maarten Inghels , Lies Van Gasse en Prins glijden onder zijn oog.
Over 'Zonder'? 'Met poëzie wil ze het tekort opheffen, de leemtes vullen, vanuit het besef dat dit niet mogelijk is. Haar gedichten zijn het indringendst als de toon wranger wordt' en 'Marie laat in deze bundel de beslotenheid zien waaruit zij los zou willen komen, zodat zij de hele werkelijkheid, de moeder en de geliefde incluis, minder als een vreemde zou kunnen bekijken.'

Op Kraai staan vanaf heden drie gedichten tentoon.

Gisteren stuurde het project Laurens Jz Coster het gedicht 'vader' uit naar al wie ingeschreven is op de mailing

Op RTV in het programma 'Bladwijzer' was toneelschrijver Walter van den Broeck vol lof over 'Zonder'. Is vandaag zeker nog te bekijken voor de Mechelaars en Kempenaars.

dinsdag 24 februari 2009

Vandaag in Humo

Rubriek De Toekomst



Sylvie Marie (24) dichteres


Al vier jaar publiceert dichteres Sylvie Marie in literaire tijdschriften zoals Het Liegend Konijn. Vorige week kwam ze op de proppen met haar allereerste bundel 'Zonder'. Onze Man is er elders in dit blad zeer lovend over.*

Grootste voorbeeld? Esther Jansma. Jansma is behalve dichteres ook dendrochronologe: ze bestudeert de jaarringen van bomen. Door haar wetenschappelijke achtergrond kijkt ze op een heel directe manier naar de dingen, waardoor haar gedichten heel bijzonder worden.

Grootste gebrek? Ik wil te veel. Dat is een nadeel, want daardoor blijven te veel gedichten en verhalen onafgewerkt liggen. Ik heb een paginalang document op mijn computer met onaffe gedichten en gedachten. Erg vervelend.

Meest waardevolle advies? 'Blijf jezelf en volg je gevoel.' Mag is bij dezen iedereen die me dat ooit gezegd heeft bedanken?

'Ik wil nooit worden als...' Eén of andere literaire eendagsvlieg.

Hoogtepunt tot nu toe? De héél blije verrassing toen ik de allereerste recensie van mijn dichtbundel las. Dat is één van mijn topmomenten tot nog toe. Maar mag ik dat wel hardop zeggen?

'Op mijn vijftigste wil ik...' Met mijn vriend in het huis in Sint-Denijs-Westrem wonen dat we net hebben gekocht. En dat huis moet tegen dan afbetaald zijn met het geld dat ik heb verdiend als dichteres.

* lees je hier zo snel mogelijk!

zondag 22 februari 2009

Verslag bundelvoorstelling 'Zonder'

Vrijdag 20 februari, 20 uur. Het paard van Troje loopt vol voor de bundelpresentatie van 'Zonder'.

Bij het binnengaan van de boekhandel kan niemand naast de grote posters kijken op de ramen. Ook in de boekhandel neemt 'Zonder' een prominente plaats in. (Vraag me af of de hele druk daar lag.)


Na 'n drankje neemt uitgever Rudy Vanschoonbeek het woord. Trots is hij dat hij 'Zonder' uitgeeft, samen met Podium. En dat er drie versies van de bundel zijn. Een Vlaamse, een Nederlandse, en een speciale editie die Uitgeverij Vrijdag rond de jaarwisseling uitstuurde naar vrienden en relaties. Geweldig.

Daarna krijgt Arjan Peters, literair journalist bij De Volkskrant het woord: 'Het unieke van deze bundel is dat Sylvie Marie ons juist iets gééft door iets af te nemen van het bestaande. Zij schept vanuit het ontbreken. Als alles vastzit, kan Sylvie Marie vooruit' en nog: 'Noch Sylvie Marie, noch haar poëzie, heeft mij nodig om fier op eigen benen te staan. Dat compliment wil ik haar op de valreep nog maken. Zij kan zonder.'

Ik lees voor.


David Troch leest voor.


Lies Van Gasse leest voor.

Een geweldige nababbel volgt. De boekhandel verkoopt, ik signeer. En ik vraag het de uitgevers: 'Kan ik alstublieft nogmaals debuteren? Dit is 'n geweldig gevoel!' Het antwoord is bikkelhard: 'Sylvie, dit maak je maar één keer mee.'

Toch, in mijn hoofd blijft de film zich afspelen. Met genoegen.

vrijdag 20 februari 2009

Vandaag in De Standaard Der Letteren


DE SIRENE
In deze rubriek bespreekt Luuk Gruwez elke maand de dichtbundel die het meest zijn aandacht heeft getrokken.


De dreiging van het ei

In haar bezwerende debuutbundel Zonder geeft Sylvie Marie de indruk dat ze schrijft om het niet te moeten uitgillen.

LUUK GRUWEZ
Er zijn in ons taalgebied zo'n vijftig min of meer begaafde dichters te veel, allen excellerend in iets waarmee over een halve eeuw, wanneer een geavanceerde chip al onze esthetische behoeften bevredigt, niets meer te rapen valt: het archeologisch curiosum dat poëzie heet. En in plaats van uit te wijken naar een of andere negorij, lopen al die homerussen en vergiliussen elkaar met hun gezwollen ego's voor de voeten. In Vlaanderen waren tot dusver vooral mannen voor deze gang van zaken verantwoordelijk. Voortreffelijke dichteressen vielen hier de laatste decennia, in tegenstelling tot in Nederland, maar zelden te bespeuren. Niet dat het geslacht er in dezen ook maar iets toe doet: ik vind het ronduit onzinnig dichters in te delen op grond van hun lederhosen of quilts, hun moedervlekken of zomersproeten. Toch valt het op dat Vlaanderen de jongste jaren weer meer dichteressen telt met wie je zonder plaatsvervangende schaamte onder de mensen kunt komen.

Sylvie Marie was velen al opgevallen met publicaties in bladen als Het Liegend Konijn en De Brakke Hond. Met Zonder heeft zij misschien wel een van de belangwekkendste poëziedebuten van de jongste jaren gepubliceerd. Het verdient aanbeveling karig te zijn met zulke beweringen. Er zijn voldoende precedenten van dichters die na het slaken van enig trendy gezucht in populaire bladen de hemel worden ingeprezen en al na enkele jaren opnieuw in een barmhartige anonimiteit verdwijnen. Niemand straalt zoveel triestheid uit als een poëet die anderhalf decennium veelbelovend blijft en het vervolgens daarbij laat.

Sylvie Marie lijkt mij een robuustere debutante. Haar hoofdthema is het afwezige. Bijna vijftig gedichten lang wordt, tot in de titels van de cycli toe, gewezen op wat ontbreekt. Het afwezige dwingt haar tot welbespraaktheid. Het hunkert immers naar aanwezigheid en daar is taal voor nodig. Hoe ontoereikend die op de keper beschouwd altijd zal en misschien wel wil blijven. Mocht die taal er namelijk in slagen de dingen volmaakt te realiseren, dan zou zij zichzelf opheffen, niets meer te zeggen hebben en in elk geval aanleiding geven tot het saaiste en onproductiefste van alle gevoelens: de tevredenheid. Zoals alle dichters wil Sylvie Marie, om het met een huizenhoog cliché te stellen, schrijvenderwijs en met alles wat zij mist, zo aanwezig mogelijk worden. Met de dramatiek van wie op haar vierentwintigste nog onvoldoende bejaard is, maar al een remedie tegen het verdwijnen zoekt.

Haar poëzie leunt door haar sobere en suggestieve stijl soms tegen die van Miriam Van hee aan. Maar er zit meer agressie in. Een cyclus als 'Moedermomenten (zonder moeder)' bevestigt dit. Hier voel je af en toe de beklemming die ook in de bekende regel van Ida Gerhardt ('van haat eendrachtig het gezin') is vervat. Vooral in een strofe als deze over de dreiging die van stilte en van falende communicatie uitgaat:

'aan tafel zaten we steeds meer te slikken,
te tikken, te wrikken met keel,
lepels en stoelen, als er maar geluid
was om al ons zwijgen te verbergen.'

Regels als deze wekken de indruk dat Sylvie Marie in de eerste plaats schrijft om het niet te moeten uitgillen. De stilte en de ingehouden spanning tussen de familieleden rondom de tafel zijn haar een gesel. Je vraagt je af of daar naast het bord niet ergens een mes ligt waarvan de bestemming onduidelijk is: het versnijden van de rosbief of het kelen van enkele disgenoten? Misschien, bedenk ik, bovenstaande regels lezend, is er ook een vleugje Sylvia Plath in haar verzen aanwezig: frustratie die zowel vruchtbaar als destructief is. De dichteres schept bij nader beschouwing een realiteit die zelden louter neutraal is, maar die zij meestal lardeert met een unheimliche sfeer en met elementen van ontwrichting. Een heel sterk gedicht is in dit opzicht 'epiloog' uit diezelfde aangrijpende moedercyclus:

'er is een vrouw en sommigen noemen haar
moeder, ze eet langzaam tot het haar
te veel wordt en ze putten in de tafel kerft.'

In een van haar dagboeken schrijft Anaïs Nin: 'You did not want to be born of human parents.' Her en der, bijvoorbeeld in het gedicht 'vreemd', lijkt het of Sylvie Marie haar vader en haar moeder uit hun ouderschap ontzet. Zij schrijft vanuit een ontbrekende identiteit en wil een soort verdwijnkunst beoefenen, precies omdat zij eropuit is zichzelf te scheppen en haar eigen enige voogd te worden. Toch wordt de vader verderop in de bundel ook met een vrediger gedicht bedacht. En de broze, blijkbaar labiele moederfiguur, uit wier invloedssfeer zij niet ontsnappen kan, mag zeker op mededogen rekenen. Het ei waarmee die zit, is er eigenlijk ook een waarmee de dochter leven moet. De uitdrukking met een ei zitten mag dan al genoegzaam bekend zijn, het originele zit hem hierin dat de dichteres, pendelend tussen het letterlijke en het metaforische, er een heel gedicht rond bouwt. Dat mysterieuze ei, dat klassieke symbool van fertiliteit, blijkt nu in de eerste plaats te staan voor breekbaarheid en voor de spanning die hiervan het gevolg is.

Je vraagt je na lezing van een aantal gedichten af hoe gehavend het zenuwstelsel van de dichteres niet moet zijn. Zij is een meesteres in het neerzetten van taferelen die de lezer soms kippenvel bezorgen. Maar tegelijk weet zij haar gevoel voor mysterie uitstekend te doseren en slaagt zij erin understatement en overstatement in een juiste balans te houden. Sylvie Marie maakt weinig uitschuivers. Zelfs de minst voldragen gedichten, die hier onvermijdelijk toch ook te vinden zijn, de gedichten die minder uit noodzaak zijn ontstaan, ontaarden nooit in totale onbeduidendheid. Het zal iedereen duidelijk zijn dat er veel zwaarmoedigheid in deze poëzie steekt. Maar er gaat net zo goed een bezwerende kracht van uit. De dichteres is er minder erg aan toe met de pen in de hand. Schrijven is haar manier om de schade te beperken. En natuurlijk bevat haar bundel, vaak waar het om de relatie met de geliefde gaat, ook een aantal gedichten met een lichtere en speelsere toon. Maar wie je het meest bijblijft is de Sylvie Marie die haar moeder met een mes in de tafel laat kerven, de Sylvie Marie die met een ei zit, het ei dat het begin van alles is en ook drager van de angst voor het einde. De Sylvie Marie die tot in het laatste gedicht van haar bundel niet met zekerheid weet of zoiets als redding bestaat. En vanwaar die dan in hemelsnaam wel komen mag.
________________________
SYLVIE MARIE
Zonder
Uitgeverij Vrijdag en uitgeverij Podium, 64 blz., 15,00 euro.
***


Moedermomenten (zonder moeder)

4.

al jaren draag je een ei in en het mag
niet breken. je bewaakt het, legt het
te slapen in dunne lakens, kust het. in je dromen
fluister je het wel eens koosnaampjes toe.

jullie hebben jullie verstandhouding. jij weet
dat je rustig moet blijven, het ei dat het niet
ongevraagd moet bewegen. zo gaat het al lang.
iedereen weet van het ei.

vandaag wierp je het ei in een zak over je schouder.
we knepen allemaal de ogen dicht. alsof we ons aan
gruis verwachtten, leefden we met het ei,
als het ei.

Sylvie Marie

woensdag 18 februari 2009

Radio 1 leest 'weerbarstig' voor

Fijn!

De Nederlandse Radio 1 sloot zondagavond in het programma 'Met het oog op morgen' af met een gedicht van mij. Dat is hier te beluisteren. (eventueel software intstalleren en doorscrollen naar de laatste minuut.)

maandag 9 februari 2009

Vandaag op de Tieltse blog van het Nieuwsblad


Ik had het niet verwacht. En tegelijk, in de gedachte die daarop volgde, zei ik tegen mezelf: waarom niet?

Waarom zou er in Tielt niet plots een jonge dichteres kunnen opstaan wiens poëzie me ontroert en bij de keel grijpt?

Sylvie Marie is een Tieltse jongedame van 24 die binnenkort haar eerste bundel Zonder voorstelt. Haar debuut wordt uitgegeven door de Antwerpse Uitgeverij Vrijdag en het Nederlandse Podium. Sylie Marie is een pseudoniem voor Sylvie De Coninck, en ze publiceert sinds 2005 gedichten voor literaire tijdschriften als Het Liegend Konijn, de Poëziekrant, het Nieuw Vlaams Tijdschrift en Lava Literair. Ze schreef ook al enkele poëziewedstrijden op haar naam, zoals de Guido Wulmsprijs van Sint-Truiden en de Conceptpoëzieprijs. Verder werkt ze mee aan de redactie van het literaire tijdschrift Meander en stond ze al geregeld op het podium in Vlaanderen en Nederland.

Toen ik in de krant over haar debuutbundel las, was ik meteen benieuwd. Ik ging op zoek naar haar e-mailadres en stuurde haar een mailtje: of ze me een paar van haar gedichten kon toesturen?

Een half uur later was mijn mailbox een paar pareltjes poëzie rijker. Dit, bijvoorbeeld, het titelgedicht ‘Zonder’ uit Sylvie’s debuutbundel:

zonder

die morgen tref ik woorden aan tussen de lakens,
ze prikken als stukjes spiegel waarin een schim
weerkaatst. ik lees:

ik ben weg, neem niets mee behalve
de geur van je haren, de zachtheid van je wangen,
de smaak van je lippen. de hond

op straat leidt me
af en ik staar naar het raam. nooit zag het ochtendlicht
er zo vaal uit, had het gordijn zo weinig kracht.

het was de eerste keer dat het niet opbollend
in mijn haren snoof, mijn wangen streelde,
me goedemorgen zoende.

Toen ik dit gedicht las wist ik het weer, waarom ik zoveel van poëzie hou, waarom er geen avond voorbijgaat dat ik niet langs mijn boekenkast loop en er een bundel uitkies, om daarna een halfuurtje te gaan zitten en je eigen gevoel van geluk of ongeluk terug te vinden in zomaar een paar woorden op papier die plots tot leven komen, een groep woorden, zoals Herman de Coninck ooit zei, ‘die zich samen plotseling bijzonder intiem gaan voelen en zeggen: laat ons nou maar altijd bij elkaar, er hoeft er geen meer bij te komen.’

Wat me in poëzie - los van die paar woorden die zo lekker intiem bij elkaar horen - altijd heeft aangetrokken, is hoe je jezelf erin kan herkennen, hoe zelfs de meest droevige woorden troost kunnen brengen en je plots kunnen doen vergeten dat je daarnet nog droevig was: ‘ik ben weg, neem niets mee behalve/de geur van je haren, de zachtheid van je wangen/de smaak van je lippen.' Het klinkt een beetje cliché, 'de geur van je haren, de zachtheid van je wangen', maar in de pen van Sylvie Marie proef ik zoveel echt beleefde gevoelens en zoveel puurheid dat de clichés me niet storen.

Of dit, bijvoorbeeld, een van de mooiste gedichten over verlangen naar een afwezige geliefde die ik ooit las, over liefde die, als ze eenmaal ware liefde is geweest, nooit meer overgaat, over de hoop waarmee ook het diepste verdriet gekleurd kan zijn:

weerbarstig

bedenk me als een stukje papier
dat je onbedacht in je jaszak propt
nadat je er wat op schreef. ik laat open

wat, al hoop ik: laat het een zin zijn. één
voor in een vers van later en waaraan je
blijft denken, nog lang nadat je me wegstopte.

je kent de zin naderhand vanbuiten. hij doemt op
als een mantra in je hoofd. toch, nooit vind je er
de juiste context voor: een goed gedicht
dat de zin plaatst, omkadert, bovenal temt.

hoe je me dan na verloop van tijd bovenhaalt,
streelt en zucht: wat moet ik met je aan?

Ik heb op deze blog al eerder gepleit voor meer poëzie in deze stad. Paul Snoek is hier overleden en moet dringend een eerbetoon krijgen. En nu hebben we dus Sylvie Marie. De muren van het nieuwe stadhuis zijn nog steeds beangstigend leeg. Ik heb iets moois gevonden om ze mee in te vullen: een gedicht van onze nieuwe, jonge, mooie, Tieltse dichteres.

woensdag 4 februari 2009